Up, up, up the stairs we go, until we reach… the Temple.

Ik heb een paar van mijn mooiste foto’s bewerkt tot nieuwe headers, hierboven te zien. Als je de pagina opnieuw laadt zou je een nieuwe moeten krijgen, ze staan op random… In ieder geval. De afgelopen week was mijn eerste week bij Falafel Games, het bedrijf waar ik de komende vijf maanden stage loop. De houding tegenover werk is tegelijkertijd heel anders, maar ook een beetje hetzelfde als hier. Ik voel me tenminste niet als een vis op het droge, maar erg thuis voel ik me ook nog niet.

In ieder geval, even terug naar mijn stage. Ik heb een eigen bureautje, met een computer. Na een paar dagen ‘brownnosing’ kreeg ik mijn baas zover dat ik zijn VPN account mocht gebruiken (de mijne werd geblokkeerd door de Firewall) dus had ik in ieder geval geen last meer van die vreselijk irritante censuur overal. En, misschien nog wel belangrijker, vertaalde Google daarna niet alles wat ik opzocht meer naar het Chinees.
De mensen zijn aardig, ik heb nooit goed tegen autoriteit gekund en dat is niet de handigste instelling in dit land heb ik gemerkt. Mijn bazen zijn echter niet Chinees, maar Arabiërs – ik weet dat dat niet altijd beter is, maar ze lijken hele vriendelijke mensen. Dus op werk heb ik niet zoveel last van mensen die op me neerkijken, maar ondanks het feit dat ik westers ben is het me toch opgevallen dat veel oudere mannen me niet recht in de ogen kijken. Een trekje van vroeger denk ik, waar de man nog overduidelijk superieur was aan de vrouw.

Terug naar het blog. Het bovenstaande heb ik op zaterdag geschreven, terwijl ik wachtte op mijn lieve broer om te Skypen. Het is nu Zondagavond, en ik heb bewust gisteren deze post nog niet online gezet omdat ik dacht dat als ik dan vandaag nog wat meemaakte, ik dat er dan niet meer bij kon zetten (en twee posts in twee dagen is ook zo wat). Nou, ik ben blij dat ik hem nog niet gepost had.

Ik had besloten dat ik dit weekend nog een keer de berg op wilde. Nu ben ik de afgelopen dagen niet fit geweest, maar ik voelde me vanochtend goed genoeg. Dus, iets na elven liep ik mijn flat uit met mijn nieuwe rugtas om (en daar heel handig mijn statief en cameratas aan vastgemaakt – ik was zeer trots op mezelf). Ik had deze keer maar een lange broek aangedaan om een herhaling van vorige keer te voorkomen (die enorme bulten) en een shirt met een wat hogere kraag. Kheb alsnog een paar beten op mijn rechterarm te pakken (ook echt vier rechts, nul links, what’s up with that?), maar een stuk minder erg dan vorige keer dus.

Goed, ik de berg op. Even hoog als vorige keer, dus ik zweette weer behoorlijk, maar het ging volgens mij wat makkelijker omdat het een stuk koeler was. Bovenop de berg geluncht met een bakje fruit dat ik mee had. Het was een stuk drukker dan vorige keer, toen was ik er doordeweeks.
Anyway, ik hoor achter me ineens “Hello”, dus ik kijk om, staat er een vriendelijke Chinese jongen met een meisje. Zijn Engels was wel erg slecht, maar hij vroeg me met handen en het woord “walk” of ik met ze mee wilde lopen. Ik dacht niet echt na en zei “Sorry, I’m still eating!”, dus ze liepen verder. Pas iets later kon ik mezelf wel voor mijn kop slaan – ben ik hier toch wel erg eenzaam, heb erg behoefte aan contact – spreekt iemand me aan, zeg ik nee. Maar goed.

Ik besloot om nog wat verder te lopen, ik wilde de volgende piek graag bereiken. Zo gezegd zo gedaan (niet echt, jeeeeetje wat is dat gruwelijk zwaar) en zo stond ik op de volgende piek. Ik probeerde wat foto’s te maken, maar door de smog / mist kon je eigenlijk heel weinig zien. Wat wel weer leuk was, was dat een groepje jongeren heel vrolijk “hello!” naar me roep toen ze me zagen. Ik riep heel vrolijk terug “ni hao!” in mijn beste klanken, en ze werden meteen enthousiast. Verder konden ze echter geen woord Engels, dus daar hield de communicatie wel op.

Ik liep aan de andere kant van de piek weer naar beneden (ik had een ander pad zien lopen, ik dacht dat ik daar op uit zou komen en dan terug kon lopen). Ik kwam inderdaad op de driesprong, waar ik even stil bleef staan, en weer werd aangesproken door iemand. Deze keer was het een Chinese jongen die zeer behoorlijk Engels sprak (zo nu en dan met een ietwat ongepast Australisch accent zelf) en met twee goede vrienden van hem de berg op was. Ik dacht prima, ik loop even een stukje met ze mee. Boy, was I wrong.

We gingen maar door, en door en door. Twee uur later zat ik er goed doorheen, maar we gingen maar door. Xianqi Han (de jongen die me aansprak) en ik hadden de hele tijd lekker gekletst, over van alles en nog wat. Het was heel fijn om iemand te hebben om mee te kunnen praten zonder handen en voeten te hoeven gebruiken. Hij heeft op een moment zelfs mijn rugtas overgenomen, ik was ook wel erg zwaar bepakt – en hij en zijn vrienden hadden prima door dat ik wat meer moeite had met de berg dan zij. We hebben ook een paar rustmomentjes genomen, waarop ik alsnog even probeerde wat foto’s te maken.
DSC_0099
Op een moment kwamen we bij een wat drukker kruispunt met een bord erbij. Zij overlegden en wilden graag een bepaalde kant op, dus ik hobbelde mee. Ik kreeg er geen spijt van, want we kwamen bij een tempel. Buiten twee beelden, en binnen een enorme gebedsruimte – nja, ik laat de foto’s even voor me spreken.

Bij alle beelden zaten vaak mensen te bidden (zoals goed te zien is op de eerste foto). Xianqi vroeg mij of ik ook nog wilde bidden, maar ik heb dat maar niet gedaan – iedereen deed netjes dezelfde, ingewikkelde routine en ik ben niet gelovig – dus leek het me niet nodig om een soort flater te slaan. Plus, ik wilde ook niet de blanke zijn die geen respect had voor hun gebruiken ofzo. Dus ik heb van een afstandje genoten.

Hierna was het gelukkig in één keer naar beneden. Waar we over de heenweg meerdere uren hadden gedaan, stonden we nu in een half uur ongeveer beneden. Mijn benen hadden ondertussen allang geen zin meer, mijn schoenen deden zeer aan mijn enkels en mijn kleine teen zat vreselijk in de verdrukking… maar goed, ik had het maar mooi wel even gedaan.

Tien minuten lopen en een aanrijding later kwamen we bij de bushalte. Het was overigens geen ernstige aanrijding, alleen een blauwe plek. Een auto haalde me té rakelings in waardoor zijn spiegel tegen mijn elleboog aan klapte. Gelukkig was het een inklapbare, dus zoals gezegd, verder weinig aan de hand. Bij de bushalte bedacht ik me echter dat ik werkelijk geen idee had waar ik was. Mijn papiertje waar mijn adres op stond had ik thuis laten liggen (slim, Annika) en ik kende het niet uit mijn hoofd. Na wat gepraat en een telefoontje naar Da Dian begonnen de heren weer te lopen. Ik vond het prima, ik vertrouwde ze genoeg dat ze me niet aan mijn lot over zouden laten, dus ik liep mee.

Xianqi (en das mijn tas).

Xianqi (en das mijn tas).

Drie kwartier marteling later kwamen we bij het universiteitscomplex. Nou ben ik daar al eens eerder geweest, maar het is een enorm complex – toen ik dus uiteindelijk iets zag wat ik herkende was ik erg opgetogen. Maar ik was nog niet van mijn reisgenoten af, ze wilden graag samen eten – dus wij naar de Dining Hall. Ik ken geen Chinees en het menu was in karakters, dus liet ik het bestellen aan de jongens over. Wat daarna één voor één op tafel verscheen: een grote schaal rijst, een gebakken vis, zuurkool met rode peper, eend, een groene groente die naar spinazie smaakt maar dat volgens mij niet was, soep, iets dat op drilpudding lijkt maar volgens mij puur uit eiwitten bestaat (ik heb er een paar goede happen van gehad om mijn spieren wat te ondersteunen), drie verschillende soorten groente-met-onbekend-vlees gerechten, een ruime halve liter bier per persoon en dan vergeet ik mogelijk nog wat. Ik reageerde steeds verbaasder hoe meer er neergezet werd – tot hun grote genoegen. Ik kreeg ook een “It’s very interesting to watch you eat fish…” omdat ik, me zorgen makend om de graatjes, nogal moeilijk zat te doen. Uiteindelijk heb ik niet zoveel vis gehad.

Het eten was heerlijk, maar zodra ik mee wilde betalen werd dat onmiddellijk geweigerd. Een klein beetje opgelaten maar zeer voldaan heb ik vervolgens afscheid genomen van de jongens (Xianqi vroeg nog of ik hem wilde ‘accompanyen’ naar zijn woning, waarop ik maar nee heb gezegd.). Ik heb Xianqi’s nummer though, en hij het mijne – het lijkt me heel leuk om nog weer eens wat te doen met hem en zijn vrienden. Eindelijk een Chinees waarmee ik een goed gesprek heb kunnen voeren, en ik heb het erg naar mijn zin gehad!

2 thoughts on “Up, up, up the stairs we go, until we reach… the Temple.

  1. Leuk om te lezen wat je daar allemaal meemaakt en beleeft! Toch bijzondere mensen, die Chinezen..🙂 Succes met je volgende werkweek!

    • Ja, bijzondere mensen… maar dat vinden ze ook van mij😉 Dus ach, alles is betrekkelijk. En thanks! Ik hoop vooral dat ik morgen kan lopen…

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s